Kleine statuten

Verzekering arbeidsongevallen voor stagiairs die werken in het kader van hun opleiding ("Kleine statuten")

Wie voor 2020 aan het werk ging bij een bedrijf in het kader van een opleiding (stage), was toen niet altijd gedekt door een verzekering die door de werkgever was afgesloten. Stagiairs werden op verschillende manieren beschermd.

Door het begrip "kleine statuten" in de Wet op de arbeidsongevallen op te nemen, is er een vergelijkbare bescherming voor stagiairs als voor werknemers gekomen. Sinds 1 januari 2020 moeten kleine statuten op de werkvloer en op weg van en naar het werk verzekerd zijn in geval van een arbeidsongeval. De werkgever is verplicht om zijn stagiair  aan te geven bij de RSZ.

Met de term “kleine statuten" verwijzen we naar personen die werk verrichten in het kader van een opleiding voor betaald werk. Of de stage zelf al dan niet bezoldigd is, is niet van belang.

De stage moet een onderdeel vormen van een praktijkopleiding op de werkplek, buiten de onderwijsinstelling (eventueel in combinatie met theoretische lessen). Het gaat om opleidingen die worden georganiseerd binnen een wettelijk kader (met een werk-leercontract). Fedris stelt een niet limitatieve lijst van deze opleidingen op. Deze lijst wordt geactualiseerd na advies van het beheerscomité in functie van de evoluties van de leerwerkcontracten op zowel het federale als het deelstatelijke niveau. De opleidingen zijn gegroepeerd in 4 categorieën: 

  • Stelsels van alternerend leren en werken (stageovereenkomst voor een alternerende opleiding in een onderneming, alternerende opleiding voor werkzoekenden, via beroepsinlevingsovereenkomsten en beroepsinlevingsstages);
  • Individuele beroepsopleiding in een onderneming, op basis van een beroepsaanpassings- of integratiecontract, in een eerste werkervaringsstage of tijdens een activeringsstage;
  • Beroepsopleidingscentra;
  • Onbezoldigde stages in het kader van een (school- of ander) opleidingsprogramma. Het kan hier ook gaan om stagiairs die een brugproject uitvoeren of een van de volgende stages volgen: een beroepsverkennende stage, een oriënterende stage, ontdekkingsstage, een stage tot beroepsreadaptatie voor personen met een handicap of een landbouwstage.

Meer informatie:

Lijst leerwerkcontacten

Overzichtstabel leerwerkcontracten

Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (Belgisch Staatsblad van 17.01.2019).

Impact gezondheidscrisis

Gezien de gezondheidscrisis en de zware gevolgen ervan op de organisatie van de lessen en stages in het onderwijs, werd in overleg met de sector overeengekomen om, bij wijze van uitzondering, aan de onderwijsinstellingen een vrijstelling te verlenen wat betreft de Dimona-aangiftes voor het school/academiejaar 2020 (2de semester van het schooljaar 2019-2020) en het school/academiejaar 2020-2021, wat betreft de onbezoldigde stagiairs die arbeid verrichten in het kader van hun schoolopleiding. De Dimona- aangifte zal opnieuw van toepassing zijn voor deze stagiairs vanaf het school/academiejaar 2021-2022.

Wie moet de stagiair verzekeren?

Een koninklijk besluit bepaalt sinds 1 januari 2020 wie de stappen moet ondernemen met betrekking tot de stagiair. Het kan gaan om 

  • de werkgever bij wie de stage wordt uitgevoerd of
  • de autoriteit die de stage organiseert (onderwijsinstelling of opleidingsinstantie). 

Rechtsgrondslag: koninklijk besluit tot uitvoering van de afdeling 1 van het hoofdstuk 2 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken betreffende de 'kleine statuten' (Belgisch Staatsblad van 02.09.2019).

De persoon of organisatie die als werkgever wordt beschouwd :

Voor meer informatie over de onmiddellijke aangifte (DIMONA): https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/dimona/general/about.htm

Hoe gebeurt de actualisering van de leerwerkcontracten?

Fedris onderzoekt of een opleiding valt onder het toepassingsgebied van de kleine statuten en of het specifiek stelsel van dekking en schadeloosstelling (=F2) van toepassing is. Vervolgens zal ze een voorstel doen aan het Beheerscomité van de instelling, die een beslissing neemt.  Aan de hand van deze beslissing, stelt Fedris vervolgens een koninklijk besluit op ter wijziging van het koninklijk besluit van 29 juli 2019 tot uitvoering van de afdeling 1 van het hoofdstuk 2 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken betreffende de 'kleine statuten'. Hierbij wordt bepaalt wie als werkgever dient op te treden en voor welke opleidingen het specifiek stelsel van dekking en schadeloosstelling (=F2) geldt.

Zolang dit koninklijk besluit niet in werking is getreden is de regel voor de nieuwe leerwerkcontracten dat het algemeen stelsel van dekking en schadeloosstelling (=F1) geldt en dat de ondernemingen waar de stage plaats vindt een arbeidsongevallenverzekering afsluiten voor de stagiairs en instaan voor de dimona-aangifte. 

Het beheerscomité heeft bij beslissing van  17 december 2019 en 16 november 2020 een aantal leerwerkcontracten toegevoegd aan de lijst en een aantal wijzigingen doorgevoerd in bestaande leerwerkcontracten. Deze zijn in het rood aangeduid in de lijst van leerwerkcontracten en in de overzichtstabel leerwerkcontracten. De ministerraad heeft op 21 mei 2021 het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juli 2019 goedgekeurd. Deze wijzigingen zullen in werking treden na de publicatie van het KB tot wijziging van het KB van 29 juli 2019 in het Belgisch Staatsblad. Dit is heden nog niet het geval. De datum van inwerkingtreding zal worden meegedeeld op de website van Fedris.

Grensoverschrijdende stages van onbezoldigde stagiairs 

In het geval van een grensoverschrijdende onbezoldigde stage, zijn de regels verschillend afhankelijk van de plaats waar de stage doorgaat.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

  • een stage binnen de EER
  • een stage in een land waarmee België verbonden is met een sociaal zekerheidsakkoord
  • een stage in een derde land 

Enkele praktische schema's kunnen helpen bij het vaststellen welke wetgeving (van welke lidstaat) van toepassing is tijdens de onbezoldigde stage. De fiches zijn opgemaakt als werkinstrument voor onderwijsinstellingen, de ondernemingen waar de stage doorgaat, de verzekeringsondernemingen en eventueel de onbezoldigde stagiairs. De schema’s bevatten steeds een uiteenzetting van de toepasselijke regels en een illustratie met concrete voorbeelden.

Schema bij een stage binnen de EER

Schema bij een stage in een land waarmee België verbonden is met een sociaal zekerheidsakkoord

Schema in andere gevallen (buiten EER en geen sociaalzekerheidsakkoord)

Nog vragen?

Als u nog meer vragen heeft, kunt u een bericht sturen naar petits-kleine_statutatfedris.be.