Na een overlijden komen nabestaanden vaak voor veel vragen te staan, ook over de financiële gevolgen.
Wanneer iemand overlijdt als rechtstreeks gevolg van een erkende beroepsziekte, kan bij Fedris worden nagegaan of er recht bestaat op bepaalde vergoedingen.
Meer uitleg over de stappen die nodig zijn na een overlijden is afzonderlijk toegelicht.
In grote lijnen gaat het om twee soorten financiële tussenkomsten:
-
een maandelijkse vergoeding na overlijden;
-
de terugbetaling van bepaalde kosten, zoals:
-
begrafeniskosten,
-
overbrengingskosten (wanneer het lichaam werd overgebracht).
-
Niet elke nabestaande heeft automatisch recht op een vergoeding.
De voorwaarden en bedragen verschillen naargelang:
-
de relatie met het slachtoffer, en
-
het statuut waaronder het slachtoffer werkte
(privésector of provinciale/plaatselijke overheid).
Hieronder staat per situatie uitgelegd welke vergoeding mogelijk is en onder welke voorwaarden die kan worden toegekend.
De berekening gebeurt volgens vaste wettelijke regels. Wie zelf een beter inzicht wil krijgen in de mogelijke bedragen, zal daarbij soms begrippen tegenkomen zoals jaarlijkse bezoldiging of basisloon.
Meer uitleg over deze en andere termen is te vinden op de terminologiepagina.
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent de partner (privé)
Voorwaarden
Er is een huwelijk of wettelijke samenwoning met een wederzijdse hulpplicht en één van de volgende situaties is van toepassing:-
het huwelijk of de wettelijke samenwoning bestond al vóór de erkenning van de beroepsziekte en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, of
-
het huwelijk of de wettelijke samenwoning werd aangegaan na de erkenning van de beroepsziekte en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, én:
-
het huwelijk of de samenwoning duurde minstens één jaar, of
-
er werd een kind geboren, of
-
er is kinderbijslag voor een kind ten laste, of
-
-
er is sprake van een (echt)scheiding met onderhoudsgeld.
Hertrouwen heeft geen invloed op het recht op vergoeding.
Voor wettelijk samenwonenden is een notariële samenlevingsovereenkomst vereist waarin een wederzijdse hulpplicht is opgenomen met financiële gevolgen, ook na het einde van de samenwoning.
Feitelijk samenwonenden hebben geen recht op deze vergoeding.Bedrag
De jaarlijkse vergoeding bedraagt 30 % van het basisloon van de overleden partner.
Ontving de nabestaande onderhoudsgeld, dan kan de vergoeding niet hoger zijn dan dat onderhoudsgeld.Duur
De vergoeding wordt levenslang betaald.
Na pensionering wordt ze beperkt tot een forfaitair bedrag. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een kind (privé)
Voorwaarden
Geen extra voorwaardeBedrag
-
wees van één ouder: 15 % van het basisloon per kind (bij drie of meer kinderen samen: maximum 45 %)
-
wees van beide ouders: 20 % van het basisloon per kind (bij drie of meer kinderen samen: maximum 60 %)
Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een kleinkind (privé)
Voorwaarden
-
wees van vader of moeder;
-
recht op kinderbijslag;
-
financieel afhankelijk van of samenwonend met de grootouder.
Bedrag
-
wees van één ouder: 15 % van het basisloon
-
wees van beide ouders: 20 % van het basisloon
Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een ouder (privé)
Voorwaarden
-
het slachtoffer laat geen kinderen na met recht op een jaarlijkse vergoeding;
-
financiële afhankelijkheid of samenwoning met het slachtoffer.
Bedrag
-
ongehuwd slachtoffer zonder kinderen: 20 % van het basisloon per ouder
-
gehuwd slachtoffer zonder kinderen: 15 % van het basisloon per ouder
Duur
Tot de leeftijd waarop het slachtoffer 25 jaar zou zijn geworden.
Was het slachtoffer de belangrijkste kostwinner, dan levenslang.
Na pensionering: forfaitaire beperking. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een broer of zus (privé)
Voorwaarden
-
geen andere nabestaanden met recht op een jaarlijkse vergoeding;
-
recht op kinderbijslag;
-
financiële afhankelijkheid of samenwoning.
Bedrag
15 % van het basisloon.Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent de partner (PPO)
Voorwaarden
Er is sprake van een huwelijk of van een wettelijke samenwoning met een wederzijdse hulpplicht, en één van de volgende situaties is van toepassing:-
het huwelijk of de wettelijke samenwoning bestond al vóór de erkenning van de beroepsziekte en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, of
-
het huwelijk of de wettelijke samenwoning werd aangegaan na de erkenning van de beroepsziekte en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, én:
-
het huwelijk of de wettelijke samenwoning duurde minstens één jaar, of
-
er werd een kind geboren, of
-
er is kinderbijslag voor een kind ten laste, of
-
-
er is sprake van een (echt)scheiding of scheiding van tafel en bed, waarbij onderhoudsgeld wordt ontvangen.
Voor wettelijk samenwonenden is een notariële samenlevingsovereenkomst vereist waarin een wederzijdse hulpplicht is opgenomen die financiële gevolgen kan hebben, ook na het einde van de wettelijke samenwoning.
Feitelijk samenwonenden hebben geen recht op deze vergoeding.
Hertrouwen heeft geen invloed op het recht op de vergoeding.Bedrag
De jaarlijkse vergoeding bedraagt 30 % van de jaarlijkse bezoldiging van de overleden partner.
Ontving de nabestaande onderhoudsgeld, dan kan de vergoeding niet hoger zijn dan dat onderhoudsgeld.Duur
De vergoeding wordt levenslang toegekend. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een kind (PPO)
Voorwaarden
Geen extra voorwaardeBedrag
-
wees van één ouder: 15 % van de jaarlijkse bezoldiging per kind (bij drie of meer kinderen samen: maximum 45 %)
-
wees van beide ouders: 20 % van de jaarlijkse bezoldiging per kind (bij drie of meer kinderen samen: maximum 60 %)
Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een kleinkind (PPO)
Voorwaarden
-
wees van vader of moeder;
-
recht op kinderbijslag;
-
financieel afhankelijk of samenwonend.
Bedrag
-
wees van één ouder: 15 % van de jaarlijkse bezoldiging
-
wees van beide ouders: 20 % van de jaarlijkse bezoldiging
Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een ouder (PPO)
Voorwaarden
-
geen kinderen met recht op een jaarlijkse vergoeding;
-
financiële afhankelijkheid of samenwoning.
Bedrag
-
ongehuwd slachtoffer zonder kinderen: 20 % van de jaarlijkse bezoldiging per ouder
-
gehuwd slachtoffer zonder kinderen: 15 % per ouder
Duur
Tot de leeftijd waarop het slachtoffer 25 jaar zou zijn geworden.
Levenslang als het slachtoffer de belangrijkste kostwinner was. -
-
Jaarlijkse vergoeding – Je bent een broer of zus (PPO)
Voorwaarden
-
geen andere rechthebbenden;
-
recht op kinderbijslag;
-
financiële afhankelijkheid of samenwoning.
Bedrag
15 % van de jaarlijkse bezoldiging.Duur
Zolang er recht is op kinderbijslag, en in elk geval tot 18 jaar. -
-
Begrafeniskosten – terugbetaling
Wanneer iemand overlijdt als gevolg van een beroepsziekte, kunnen de begrafeniskosten in bepaalde gevallen worden terugbetaald.
Het gaat om de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvaart.De terugbetaling is niet beperkt tot erfgenamen. Ook iemand die geen erfgenaam is, maar de begrafeniskosten heeft betaald en dit kan aantonen, kan een aanvraag indienen.
Wat moet gebeuren?
Voor de terugbetaling moet men aan Fedris (slachtoffer werkte in de privésector) of aan de werkgever (slachtoffer werkte bij een provinciale of plaatselijke overheidsdienst) volgende documenten bezorgen:
-
een overlijdensakte, en
-
de facturen en betalingsbewijzen van de begrafeniskosten.
Zonder deze documenten kan geen terugbetaling gebeuren.
Bedrag
In de privésector wordt het maximale bedrag van de terugbetaling berekend op basis van het wettelijke maximumbasisloon op de dag van het overlijden. Dit bedrag wordt vastgesteld als het maximumbasisloon, gedeeld door 365 en vermenigvuldigd met 30.
Bij werknemers van provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (PPO) is de terugbetaling gelijk aan het laatste brutomaandloon van het slachtoffer.
In de privésector worden de begrafeniskosten terugbetaald door Fedris. Bij provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (PPO) zorgt de werkgever van het slachtoffer voor de terugbetaling van deze kosten.
-
-
Overbrengingskosten – terugbetaling
Wanneer het lichaam van het slachtoffer vanuit het buitenland moet worden overgebracht naar de plaats van begrafenis, kunnen ook de overbrengingskosten worden terugbetaald.
Het gaat om de kosten die nodig zijn om het lichaam te vervoeren naar de plaats waar de begrafenis plaatsvindt.Wat moet gebeuren?
Voor de terugbetaling moet men aan Fedris (slachtoffer werkte in de privésector) of aan de werkgever (slachtoffer werkte bij een provinciale of plaatselijke overheidsdienst) volgende documenten bezorgen:
-
een overlijdensakte, en
-
de facturen en betalingsbewijzen van de overbrenging.
De kosten worden enkel terugbetaald wanneer ze effectief zijn gemaakt en correct kunnen worden aangetoond.
Bedrag
De terugbetaling heeft betrekking op de werkelijke kosten van de overbrenging.
In de privésector worden de overbrengingskosten terugbetaald door Fedris. Bij provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (PPO) zorgt de werkgever van het slachtoffer voor de terugbetaling van deze kosten.
-