Een erkende beroepsziekte kan tot gevolg hebben dat iemand niet langer alle dagelijkse handelingen zelfstandig kan uitvoeren. In dat geval kan binnen de regeling voor de privésector een aanvullende vergoeding worden toegekend voor hulp van een andere persoon.
Deze vergoeding heeft tot doel de extra kosten te compenseren die ontstaan wanneer dergelijke hulp noodzakelijk is.
Voor personeelsleden van provinciale en plaatselijke (gemeentelijke) overheidsdiensten is deze specifieke vergoeding niet wettelijk voorzien.
Wat betekent “hulp van een andere persoon”?
Hulp van een andere persoon betekent dat iemand, als gevolg van een erkende beroepsziekte, regelmatig hulp nodig heeft bij dagelijkse handelingen, zoals:
- zich aankleden
- zich wassen
- eten
- zich verplaatsen
- toezicht of begeleiding
De hulp kan worden verleend door:
- een familielid of naaste
- een professionele zorgverlener
- een combinatie van beide
De vergoeding is gebaseerd op de medische nood aan hulp, niet op wie de hulp verleent en niet op het inkomen of de tewerkstelling.
Voorwaarden
De vergoeding voor hulp van een andere persoon is mogelijk wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- tewerkstelling in de privésector
- erkenning van een beroepsziekte
- vaststelling, via medisch onderzoek, dat hulp nodig is bij dagelijkse handelingen
Aanvraagprocedure
Om de vergoeding toe te kennen, moet het slachtoffer erkend zijn voor een beroepsziekte.
De aanvraag gebeurt via formulier 505, dat wordt ingevuld door een arts.
Dit formulier kan pas worden ingediend nadat formulier 501 en formulier 503 zijn ingevuld.
Bedrag van de vergoeding
De vergoeding is forfaitair en hangt af van de mate waarin hulp nodig is.
Bedragen geldig op 1 juli 2026:
- Voltijdse hulp van een andere persoon
€ 26.803,32 per jaar
(= € 2.233,61 per maand) - Halftijdse hulp van een andere persoon
€ 13.401,72 per jaar
(= € 1.116,81 per maand)
Op deze vergoeding worden geen socialezekerheidsbijdragen of bedrijfsvoorheffing ingehouden en ze is ook niet belastbaar.
De vergoeding kan ten vroegste ingaan vanaf de datum waarop Fedris formulier 505 ontvangt.
Wanneer iemand meer dan 90 dagen onafgebroken in het ziekenhuis verblijft, wordt de vergoeding voor hulp van een andere persoon niet langer uitbetaald zolang die hospitalisatie duurt.