Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Vergoeding bij overlijden

Een overlijden door een arbeidsongeval is ingrijpend. Naast het verdriet komen er vaak ook praktische en financiële vragen bij kijken. We spreken van een dodelijk arbeidsongeval wanneer het slachtoffer onmiddellijk na het ongeval overlijdt, later overlijdt aan de gevolgen van dat ongeval, of wanneer de letsels die door het ongeval werden veroorzaakt het overlijden hebben versneld.

Wanneer een overlijden als arbeidsongeval wordt erkend, kunnen nabestaanden recht hebben op verschillende vergoedingen. Zo is er een vergoeding van de begrafeniskosten en, indien van toepassing, een vergoeding van de overbrengingskosten van het lichaam. Daarnaast kan er ook een vergoeding voor nabestaanden worden toegekend. Op onze website staat op een aparte pagina hoe zo’n vergoeding kan worden aangevraagd.

Die vergoeding voor nabestaanden neemt niet altijd dezelfde vorm aan. In sommige gevallen gaat het om een rente. Dat is een periodieke vergoeding wanneer een naast familielid overlijdt door een dodelijk arbeidsongeval.

In andere situaties wordt geen rente toegekend, maar wel een overlijdensbijslag. Dat is een forfaitaire vergoeding wanneer het slachtoffer na de herzieningstermijn overlijdt aan de gevolgen van een arbeidsongeval. De herzieningstermijn is de periode na een arbeidsongeval waarin de gevolgen van het ongeval nog juridisch kunnen worden herzien.

Een rente en een overlijdensbijslag sluiten elkaar altijd uit.

De concrete regels en bedragen verschillen naargelang de sector waarin de overledene werkte: de privésector of de publieke sector. In de wetgeving over arbeidsongevallen wordt voor nabestaanden de term rechthebbenden gebruikt.

 

Wie kan als nabestaande in aanmerking komen?

De arbeidsongevallenregeling voorziet vergoedingen voor bepaalde nabestaanden, zoals onder meer:

  • de echtgenoot of echtgenote

  • de wettelijk samenwonende partner

  • kinderen

  • en in sommige gevallen ook ouders, grootouders, broers of zussen

Of iemand in aanmerking komt voor een vergoeding, en onder welke voorwaarden, hangt af van de band met de overledene en van de concrete gezinssituatie. Voor wettelijk samenwonende partners geldt dat er een notariële samenlevingsovereenkomst met wederzijdse hulpplicht moet bestaan. Feitelijk samenwonenden vallen niet onder deze regeling.

  • Begrafeniskosten (privésector)

    Wanneer een overlijden door een arbeidsongeval wordt erkend, vergoedt de verzekeringsonderneming arbeidsongevallen de begrafeniskosten aan degene die kan aantonen dat hij of zij deze kosten heeft betaald.

    De vergoeding voor begrafeniskosten wordt berekend als (basisloon van het slachtoffer × 30) / 365.

  • Overbrengingskosten van het lichaam (privésector)

    Moest het lichaam van de overledene worden overgebracht naar de plaats waar de begrafenis plaatsvindt (bijvoorbeeld vanuit het buitenland), dan worden deze overbrengingskosten volledig terugbetaald door de verzekeringsonderneming.

  • Vergoeding (rente) voor nabestaanden (privésector)

    Heeft een echtgenoot, echtgenote, wettelijk samenwonende partner, kind, ouder, grootouder, broer, zus of kleinkind een dodelijk arbeidsongeval gehad, dan kunnen bepaalde nabestaanden als rechthebbende aanspraak maken op een tijdelijke rente of een levenslange rente (lijfrente genoemd).

    De voorwaarden voor de rente en het bedrag ervan verschillen naargelang de relatie met het slachtoffer.

    Kies je situatie:

    1. Partner (echtgenoot, echtgenote of wettelijk samenwonende partner)

    Voorwaarden

    De partner moet in de huwelijks- of wettelijke samenlevingsovereenkomst met het slachtoffer een verplichting tot wederzijdse hulp hebben opgenomen en zich in één van de volgende situaties bevinden:

    • het huwelijk of de wettelijke samenwoning bestond al vóór het arbeidsongeval en bestond nog steeds op het ogenblik van het ongeval, of
    • het huwelijk of de wettelijke samenwoning werd na het arbeidsongeval aangegaan en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, én:
      • het huwelijk of de wettelijke samenwoning duurde minstens één jaar, of
      • er werd een kind geboren uit het huwelijk of de samenwoning, of
      • één van de partners ontvangt kinderbijslag voor een kind ten laste, of
    • de partner is uit de echt of van tafel en bed gescheiden en ontvangt onderhoudsgeld.

    Voor wettelijk samenwonende partners is een specifieke notariële samenlevingsovereenkomst vereist waarin:

    • een wederzijdse hulpplicht is opgenomen,
    • met mogelijke financiële gevolgen, ook na beëindiging van de wettelijke samenwoning.

    Feitelijk samenwonende partners hebben geen recht op deze rente.

    De rente bedraagt 30% van het basisloon van de overledene. Ontving de partner onderhoudsgeld van een ex-partner, dan mag de rente niet hoger zijn dan dat onderhoudsgeld.

    De rente wordt levenslang betaald (lijfrente).
    Bij hertrouwen blijft het recht behouden.
    Bij pensionering wordt de rente beperkt tot een forfaitair bedrag.

    2. Kinderen

    Een kind komt in aanmerking wanneer het:

    • kind is van het slachtoffer en kinderbijslag ontvangt, of
    • adoptiekind is van het slachtoffer en kinderbijslag ontvangt, of
    • kind is van de echtgenoot of echtgenote van het slachtoffer, geboren of verwekt vóór het overlijden, en kinderbijslag ontvangt.

    Bedrag bij wees van één ouder

    • 15% van het basisloon per kind
    • bij drie of meer kinderen wordt het totaal beperkt tot 45%, verdeeld over de kinderen

    Bedrag bij wees van beide ouders

    • 20% van het basisloon per kind
    • bij drie of meer kinderen wordt het totaal beperkt tot 60%, verdeeld over de kinderen

    De rente wordt betaald zolang er recht is op kinderbijslag en in elk geval tot de leeftijd van 18 jaar.

    3. Ouders

    Ouders komen in aanmerking wanneer:

    • het slachtoffer geen kinderen nalaat die recht hebben op een rente, én
    • zij voordeel haalden uit het loon van het slachtoffer of onder hetzelfde dak woonden.

    Bedrag:

    • Niet getrouwd en geen kinderen: 20% per ouder

    • Getrouwd maar geen kinderen: 15% per ouder

    De rente wordt uitgekeerd tot het ogenblik waarop het slachtoffer 25 jaar zou zijn geworden.
    Was het slachtoffer de belangrijkste kostwinner, dan wordt de rente levenslang uitgekeerd.

    Bij pensionering en ontvangst van een rust- of overlevingspensioen wordt de rente beperkt tot een forfaitair bedrag.

    4. Broers en zussen

    Een broer of zus komt in aanmerking wanneer:

    • er geen andere rechthebbenden zijn,
    • hij of zij kinderbijslag ontvangt,
    • en voordeel haalde uit het loon van het slachtoffer of onder hetzelfde dak woonde.

    De rente bedraagt 15% van het basisloon.

    De rente wordt betaald zolang er recht is op kinderbijslag en in elk geval tot 18 jaar.

    5. Kleinkinderen

    Een kleinkind komt in aanmerking wanneer:

    • het wees is van vader of moeder,
    • kinderbijslag ontvangt,
    • voordeel haalde uit het loon van de grootouder of onder hetzelfde dak woonde,
    • en de grootouder geen rechthebbende kinderen nalaat.

    Bedrag

    • Wees van één ouder: 15% van het basisloon
    • Wees van beide ouders: 20% van het basisloon

    De rente wordt betaald zolang er recht is op kinderbijslag en in elk geval tot 18 jaar.

  • Overlijdensbijslag (privésector)

    Een overlijdensbijslag is voorzien wanneer:

    •  het slachtoffer een arbeidsongeval had op de arbeidsplaats of op de weg naar en van het werk,
    • dit ongeval leidde tot een blijvende arbeidsongeschiktheid,
    • en het slachtoffer na afloop van de herzieningstermijn overlijdt aan de gevolgen van dat arbeidsongeval.

    In die situatie bestaat er geen recht op een rente voor nabestaanden.

    De overlijdensbijslag:

    • wordt berekend op basis van een forfaitair bedrag,
    • kan tijdelijk of levenslang worden toegekend,
    • wordt betaald door de verzekeringsonderneming die het arbeidsongeval heeft geregeld.

    Voor arbeidsongevallen die plaatsvonden vóór 1 januari 1988 wordt de overlijdensbijslag betaald door Fedris.

  • Begrafeniskosten (publieke sector)

    Wanneer een personeelslid overlijdt door een dodelijk arbeidsongeval, vergoedt de werkgever de begrafeniskosten aan degene die kan aantonen dat hij of zij deze kosten heeft betaald.

    De vergoeding is gelijk aan het laatste bruto-maandloon van het overleden personeelslid en is begrensd tot één twaalfde van het maximumbasisloon dat in de privésector geldt op de datum van het overlijden.

  • Overbrengingskosten van het lichaam (publieke sector)

    Moet het overleden familielid (uit het buitenland) worden overgebracht naar de plaats van de begrafenis, dan doet de werkgever het nodige en betaalt hij de overbrengingskosten, inclusief administratieve kosten, bovenop de forfaitaire vergoeding voor begrafeniskosten.

    Voor de tegemoetkoming in de begrafenis van een personeelslid van de politiediensten gelden specifieke regels. Daarvoor wordt verwezen naar artikels 11.5.2 tot en met 11.5.10 van het Koninklijk Besluit van 30.03.2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten.

  • Vergoeding (rente) voor nabestaanden (publieke sector)

    Ook in de publieke sector kunnen nabestaanden recht hebben op een rente wanneer een personeelslid overlijdt als gevolg van een dodelijk arbeidsongeval.

    De voorwaarden voor de rente en het bedrag ervan verschillen naargelang de relatie met het slachtoffer.

    Kies je situatie:

    1. Echtgenoot, echtgenote of wettelijk samenwonende partner

    De partner moet in de huwelijks- of wettelijke samenlevingsovereenkomst met het slachtoffer een verplichting tot wederzijdse hulp hebben opgenomen en zich in één van de volgende situaties bevinden:

    • het huwelijk of de wettelijke samenwoning bestond al vóór het arbeidsongeval en bestond nog op het ogenblik van het ongeval, of

    • het huwelijk of de wettelijke samenwoning werd na het arbeidsongeval aangegaan en bestond nog op het ogenblik van het overlijden, en bovendien:

      • het huwelijk of de wettelijke samenwoning duurde minstens één jaar, of

      • er is uit het huwelijk of de samenwoning een kind geboren, of

      • één van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden ontvangt kinderbijslag voor een kind ten laste;

    • de partner is uit de echt of van tafel en bed gescheiden en ontvangt onderhoudsgeld.

    Het recht op de rente blijft behouden bij hertrouwen.

    Om als wettelijk samenwonende partner recht te hebben op een rente bij overlijden door een arbeidsongeval, is een specifieke notariële samenlevingsovereenkomst vereist. Die overeenkomst moet:

    • een wederzijdse hulpplicht bevatten, en

    • financiële gevolgen kunnen hebben, ook na de beëindiging van de wettelijke samenwoning.

    Feitelijk samenwonende partners hebben geen recht op deze rente, ook niet wanneer zij een samenlevingsovereenkomst sluiten.

    De rente bedraagt 30% van de jaarlijkse bezoldiging van de overledene. Wanneer een ex-partner onderhoudsgeld ontving, mag de rente niet hoger zijn dan dat onderhoudsgeld. De rente wordt levenslang betaald. 

    2. Kinderen

    Een kind komt in aanmerking voor een rente wanneer het:

    • kind is van het slachtoffer en kinderbijslag ontvangt, of

    • adoptiekind is van het slachtoffer en kinderbijslag ontvangt, of

    • kind is van de echtgenoot of echtgenote van het slachtoffer, geboren of verwekt vóór het overlijden, en kinderbijslag ontvangt.

    Bedrag van de rente

    • Wees van vader of moeder
      • 15% van de jaarlijkse bezoldiging per kind;

      • bij drie of meer kinderen wordt het totale percentage beperkt tot 45%, verdeeld over de kinderen.

    • Wees van vader en moeder
      • 20% van de jaarlijkse bezoldiging per kind;

      • bij drie of meer kinderen wordt het totale percentage beperkt tot 60%, verdeeld over de kinderen.

    De rente wordt betaald zolang er recht bestaat op kinderbijslag en in elk geval tot de dag waarop het kind 18 jaar wordt.

    3. Ouders

    Ouders komen in aanmerking voor een rente wanneer:

    • het overleden kind geen kinderen nalaat die recht hebben op een rente, en

    • zij rechtstreeks voordeel haalden uit het loon van het overleden kind of onder hetzelfde dak woonden.

    Bedrag van de rente

    • Was het overleden kind niet getrouwd en had het geen kinderen, dan kunnen beide ouders elk aanspraak maken op 20% van de jaarlijkse bezoldiging.

    • Was het overleden kind getrouwd maar had het geen kinderen, dan kunnen beide ouders elk aanspraak maken op 15% van de jaarlijkse bezoldiging.

    De rente wordt uitgekeerd tot het ogenblik waarop het overleden kind 25 jaar zou zijn geworden.
    Wanneer het overleden kind de belangrijkste kostwinner was, wordt de rente levenslang uitgekeerd.

     4. Kleinkinderen

    Een kleinkind komt in aanmerking voor een rente wanneer het:

    • wees is van vader en/of moeder,

    • kinderbijslag ontvangt, en

    • rechtstreeks voordeel haalde uit het loon van de overleden grootvader of grootmoeder of onder hetzelfde dak woonde.

    Bedrag van de rente

    • Wees van vader of moeder: 15% van de jaarlijkse bezoldiging.

    • Wees van vader en moeder: 20% van de jaarlijkse bezoldiging.

    De rente wordt betaald zolang er recht bestaat op kinderbijslag en in elk geval tot de dag waarop het kleinkind 18 jaar wordt.

    5. Broers/zussen

    Een broer of zus komt in aanmerking voor een rente wanneer:

    • er geen andere rechthebbenden zijn,

    • hij of zij kinderbijslag ontvangt, en

    • rechtstreeks voordeel haalde uit het loon van de overleden broer of zus of onder hetzelfde dak woonde.

    De rente bedraagt 15% van de jaarlijkse bezoldiging van de overleden broer of zus.

    De rente wordt betaald zolang er recht bestaat op kinderbijslag en in elk geval tot de dag waarop de broer of zus 18 jaar wordt.

  • Overlijdensbijslag (publieke sector)

    Ook in de publieke sector kan een overlijdensbijslag worden toegekend wanneer een personeelslid een arbeidsongeval heeft gehad op de arbeidsplaats of op de weg naar en van het werk en na afloop van de herzieningstermijn overlijdt aan de gevolgen van dat arbeidsongeval.

    In die situatie bestaat er geen recht op een rente voor nabestaanden.

    De overlijdensbijslag is een forfaitair bedrag en kan tijdelijk of levenslang worden betaald.

    De toekenning van de overlijdensbijslag gebeurt door de werkgever van het slachtoffer, op basis van het advies van de bevoegde medische dienst.

    De overlijdensbijslag moet worden aangevraagd bij de bevoegde dienst van de werkgever met een aangetekende brief, waaraan alle nodige bewijsstukken worden toegevoegd.

    Voor personeel van de politiediensten is deze overlijdensbijslag niet van toepassing.