Het verlies van een dierbare is ingrijpend. Wanneer dat verlies het gevolg is van een arbeidsongeval, komt er naast verdriet ook veel onzekerheid en administratie bij kijken.
Deze pagina legt stap voor stap uit hoe een overlijden door een arbeidsongeval wordt aangegeven, en bij wie dat moet gebeuren, in de privésector en in de publieke sector.
Op onze webiste vind je op een aparte pagina meer informatie over de verschillende vergoedingen voor nabestaanden.
Wie zijn de “nabestaanden”?
Met nabestaanden worden in deze context de personen bedoeld die volgens de arbeidsongevallenwetgeving als rechthebbenden worden beschouwd.
Het gaat onder meer om de echtgenoot of echtgenote, de wettelijk samenwonende partner, kinderen en in sommige gevallen andere familieleden, zoals ouders.
Wie precies als nabestaande wordt beschouwd en onder welke voorwaarden, wordt toegelicht op de pagina Vergoedingen bij overlijden door een arbeidsongeval.
Aangifte bij overlijden door een arbeidsongeval
Wanneer iemand: een ongeval had op de arbeidsplaats of op de weg van en naar het werk en overlijdt als gevolg van dat ongeval, dan moet dat overlijden worden aangegeven.
Die aangifte is nodig om te laten onderzoeken of het overlijden wordt erkend als een arbeidsongeval en om het dossier correct te behandelen.
De manier waarop de aangifte gebeurt, hangt af van de sector waarin de overledene werkte: privésector of publieke sector.
Wat gebeurt er na de aangifte?
Na de aangifte wordt onderzocht of het overlijden wordt erkend als arbeidsongeval.
In de privésector gebeurt dat onderzoek door de verzekeringsonderneming. In de publieke sector neemt de werkgever een beslissing.
Bij erkenning
Wanneer het overlijden wordt erkend als arbeidsongeval, kunnen nabestaanden aanspraak maken op een vergoeding bij overlijden en op de terugbetaling van begrafeniskosten en kosten voor het vervoer van het lichaam. Een volledig overzicht van de mogelijke vergoedingen en de voorwaarden staat op de pagina Vergoedingen bij overlijden door een arbeidsongeval.
Bij niet-erkenning
Wanneer het overlijden niet wordt erkend als arbeidsongeval, kan contact worden opgenomen met de dienst Controle van Fedris of met een vakbond. Fedris kan dan een onderzoek instellen naar de oorzaken en omstandigheden van het ongeval. Is Fedris het niet eens met de beslissing, dan kan een discussie worden opgestart en kan Fedris zijn standpunt toelichten in een aangetekende brief.
Het dossier kan vervolgens worden voorgelegd aan de arbeidsrechtbank. Dat blijft ook mogelijk wanneer Fedris akkoord gaat met de niet-erkenning.
-
Aangifte in de privésector
In de privésector gebeurt de aangifte van een dodelijk arbeidsongeval in principe door de werkgever, via zijn verzekeringsonderneming arbeidsongevallen.
Wanneer de werkgever het ongeval niet aangeeft, kunnen nabestaanden of anderen dit zelf doen. Ook een collega, vriend of kennis kan het dodelijk arbeidsongeval aangeven wanneer dat nodig is.
In dat geval wordt de aangifte gericht aan de verzekeringsonderneming van de werkgever. Is niet bekend bij welke verzekeraar de werkgever is aangesloten, dan kan de aangifte worden bezorgd aan Fedris. Fedris zorgt er dan voor dat het dossier wordt doorgestuurd naar de juiste verzekeringsonderneming.
De aangifte moet gebeuren binnen de 3 jaar na het ongeval.
Hoe gebeurt de aangifte?
Voor de aangifte wordt een aangifteformulier ingevuld. Dat gebeurt zo nauwkeurig mogelijk, op basis van de uitleg bij de verschillende rubrieken en codes, zodat het dossier sneller kan worden behandeld.
Bij de aangifte worden volgende documenten toegevoegd:
-
een medisch attest, opgesteld door de arts die het overlijden heeft vastgesteld;
-
indien mogelijk, andere bewijselementen, zoals de namen van rechtstreekse getuigen of het proces-verbaal van de politie.
Wie moeilijkheden ondervindt bij het invullen van het formulier, kan zich laten helpen door een vakbond of door Fedris.
Fedris stuurt binnen de 7 dagen een schriftelijke bevestiging van ontvangst van de aangifte.
-
-
Aangifte in de publieke sector
In de publieke sector kan het dodelijk arbeidsongeval worden aangegeven door nabestaanden, maar ook door een collega, vriend of kennis. De aangifte gebeurt bij de werkgever van het slachtoffer.
De werkgever bezorgt zijn beslissing over het aangegeven ongeval altijd aan (onder meer) Fedris. Ook in de publieke sector moet de aangifte gebeuren binnen de 3 jaar na het ongeval.
Hoe gebeurt de aangifte?
De aangifte gebeurt met specifieke formulieren. Het aangifteformulier Model A wordt ingevuld en aangevuld met een medisch attest, opgesteld door de arts die het overlijden heeft vastgesteld.
Indien mogelijk worden ook andere bewijselementen toegevoegd, zoals de namen van rechtstreekse getuigen of het proces-verbaal van de politie.
De formulieren worden zo volledig mogelijk ingevuld op basis van de uitleg bij de rubrieken en codes. Het volledige dossier wordt vervolgens bezorgd aan de werkgever van het slachtoffer. Stuur niets rechtstreeks naar Medex. Je werkgever zal de aangifte indienen via de online toepassing Publiato van Fedris.