Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Statistieken

Je mag de statistische gegevens op deze website gebruiken, zolang je duidelijk de bron vermeldt.

Beroepsziekten – Privé- en PPO sector 2000–2025

De statistieken die op deze pagina worden gepubliceerd, hebben betrekking op de door Fedris erkende beroepsziekten. Fedris is bevoegd voor werknemers in de privésector evenals voor werknemers van de provinciale en plaatselijke (gemeentelijke) overheden (PPO). Zelfstandigen vallen niet onder het systeem van beroepsziekten dat door Fedris wordt beheerd.

Geplande publicaties:

  • Maart-april: publicatie van de eerste statistieken van het voorbije jaar.

  • Juli-augustus: publicatie van het jaarlijks statistisch rapport over het voorbije jaar (dat de eerste statistieken vervangt).

2020–2025
2010–2019
2000–2009

Arbeidsongevallen – Privé- en publieke sector 2023–2024

Sinds 2023 publiceert Fedris de statistieken van de publieke sector samen met die van de privésector.

Arbeidsongevallen – Privésector 2004–2022

Fedris verzamelt de gegevens over arbeidsongevallen in de privésector via de elektronische aangiften van werkgevers en verzekeringsondernemingen. Deze gegevens vormen de basis voor de officiële statistieken.

De cijfers worden niet alleen nationaal gebruikt, maar ook doorgestuurd naar Eurostat, het Europese bureau voor statistiek. Zo zijn ze vergelijkbaar op Europees niveau.

Sinds 2023 worden de statistieken van de privé- en publieke sector samen gepubliceerd.
De statistische jaarverslagen (en sinds 2013 ook statistische tabellen) van 2004 tot 2022 staan hieronder.

Arbeidsongevallen – Publieke sector 2006-2022

De bevoegdheden van Fedris binnen de publieke sector zijn beperkter dan in de privésector. Daardoor publiceert Fedris minder statistieken. Toch beschikt Fedris, dankzij elektronische aangiften, over een uitgebreide databank die betrouwbare cijfers oplevert over arbeidsongevallen in de publieke sector. Fedris put uit een databank waarin een dertigtal gegevens per arbeidsongeval worden verzameld. Die komen rechtstreeks van de werkgevers uit de publieke sector of van hun verzekeringsondernemingen.

De gegevens omvatten onder meer:

  • kenmerken van het slachtoffer (zoals leeftijd en beroep),

  • de omstandigheden van het ongeval,

  • de gevolgen van het ongeval.

Sinds 1 januari 2014 is de gegevensuitwisseling sterk verbeterd. Vanaf die datum zijn werkgevers en hun verzekeringsondernemingen verplicht om arbeidsongevallen elektronisch aan te geven via Publiato op het portaal van de sociale zekerheid.

Sinds 2014 worden de gegevens over arbeidsongevallen in de publieke sector doorgestuurd naar Eurostat, het Europese bureau voor statistiek. Voor de privésector gebeurt dit al veel langer (Europese verordening 1338/2008). Daardoor zijn de Belgische cijfers niet alleen bruikbaar op nationaal niveau, maar ook vergelijkbaar met die van andere Europese landen.

Sinds 2023 publiceert Fedris de statistieken van de publieke sector samen met die van de privésector.

Arbeidsongevallen – Ernst- en frequentiegraden privé- en publieke sector 2023–2024

Sinds 2023 publiceert Fedris de statistieken van de publieke sector samen met die van de privésector.

Arbeidsongevallen – Ernst- en frequentiegraden privésector 1999–2024

Het aantal arbeidsongevallen zegt niet alles. Tien ongevallen in een kleine organisatie wegen zwaarder dan tien ongevallen in een grote. Daarom gebruikt Fedris verhoudingscijfers: de frequentiegraad, de werkelijke ernstgraad en de globale ernstgraad.

  • De frequentiegraad toont hoe vaak arbeidsongevallen voorkomen in verhouding tot de gewerkte uren binnen een sector. De frequentiegraad is een maat voor het risico op een arbeidsongeval in een bepaalde sector.

  • De werkelijke ernstgraad houdt rekening met de werkelijk verloren dagen ten gevolge van een tijdelijke arbeidsongeschiktheid en is een maat voor de ernst van de arbeidsongevallen in een bepaalde sector.

  • De globale ernstgraad houdt niet alleen rekening met de werkelijk verloren dagen ten gevolge van een tijdelijke arbeidsongeschiktheid maar ook met forfaitaire dagen voor blijvende ongeschiktheid of overlijden.

Samen geven deze indicatoren een vollediger beeld dan louter absolute aantallen. Ze maken het mogelijk om trends te volgen en de impact van preventiemaatregelen te evalueren.

Fedris berekent en publiceert deze cijfers op sectorniveau. Dat laat toe om evoluties in de tijd en verschillen tussen sectoren in kaart te brengen.

Organisaties moeten ook hun eigen graden berekenen bij de opmaak van het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Dit gebeurt met ongeveer dezelfde formule. Op deze manier kunnen ze hun resultaten naast de graden in de sectorcijfers leggen. Een praktische handleiding om de frequentie- en ernstgraden te berekenen (bv. van uw onderneming) vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de "Verklarende nota bij formulieren A, B en C".

Wat is de frequentiegraad?

De frequentiegraad is  de verhouding van het totale aantal ongevallen op de arbeidsplaats die leiden tot overlijden of een volledige arbeidsongeschiktheid van minstens één dag (de dag van het ongeval niet meegerekend), ten opzichte van het aantal uren blootstelling aan het risico. Dit resultaat wordt vermenigvuldigd met 1.000.000.
Het aantal blootstellingsuren wordt berekend op basis van:

  • het aantal voltijdse equivalenten (VTE's) meegedeeld door de RSZ,
  • vermenigvuldigd met 7,6 uur (gemiddelde werkdag),

  • en met 229 dagen (gemiddeld aantal werkdagen per jaar).

Zo kan men arbeidsongevallen op een eerlijke manier vergelijken, ook tussen organisaties of sectoren van verschillende grootte.

Wat is de frequentiegraad?

De werkelijke ernstgraad is de verhouding van het aantal werkelijk verloren kalenderdagen (de dag van het ongeval niet meegerekend), ten opzichte van het aantal uren blootstelling aan het risico. Dit resultaat wordt vermenigvuldigd met 1.000.

Wat is de globale ernstgraad?

De globale ernstgraad wordt berekend door het aantal werkelijk verloren kalenderdagen te verhogen met forfaitaire dagen:

  • 75 dagen per blijvende arbeidsongeschiktheid,

  • 7.500 dagen per dodelijk ongeval.

De som wordt vervolgens in verhouding gezet tot het aantal blootstellingsuren en vermenigvuldigd met 1.000.

Deze methode is wettelijk vastgelegd in de Codex over het welzijn op het werk.

Opgelet: in de publieke sector wordt de werkelijke ernstgraad berekend. Fedris beschikt niet over de percentages voorziene blijvende arbeidsongeschiktheid voor de publieke sector, vandaar dat er geen globale ernstgraad kan berekend worden volgens dezelfde definitie als deze voor de private sector. 

Cijfers en tabellen

Hieronder vindt u de meest recente statistieken voor de privésector:

Arbeidsongevallen – Ernst- en frequentiegraden publieke sector 2017–2024

Het aantal arbeidsongevallen zegt niet alles. Tien ongevallen in een kleine organisatie wegen zwaarder dan tien ongevallen in een grote. Daarom gebruikt Fedris verhoudingscijfers: de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad.

  • De frequentiegraad toont hoe vaak arbeidsongevallen voorkomen in verhouding tot de gewerkte uren binnen een sector.

  • De werkelijke ernstgraad geeft aan hoe zwaar de gevolgen zijn, gemeten in verloren kalenderdagen binnen een sector.

Samen geven deze indicatoren een vollediger beeld dan louter absolute aantallen. Ze maken het mogelijk om trends te volgen en de impact van preventiemaatregelen te evalueren.

Fedris berekent en publiceert deze cijfers op sectorniveau. Dat laat toe om evoluties in de tijd en verschillen tussen sectoren in kaart te brengen. Organisaties kunnen ook hun eigen graden berekenen met dezelfde formule, zodat ze hun resultaten naast de sectorcijfers kunnen leggen. Een praktische handleiding om de frequentie- en ernstgraden te berekenen (bv. van uw onderneming) vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de "Verklarende nota bij formulieren A, B en C".

Wat is de frequentiegraad?

De frequentiegraad is  de verhouding van het totale aantal ongevallen op de arbeidsplaats die leiden tot overlijden of een volledige arbeidsongeschiktheid van minstens één dag (de dag van het ongeval niet meegerekend), ten opzichte van het aantal uren blootstelling aan het risico. Dit resultaat wordt vermenigvuldigd met 1.000.000.
Het aantal blootstellingsuren wordt berekend op basis van:

  • het aantal jaarlijkse gewerkte werkdagen (RSZ),
  • vermenigvuldigd met 7,6 uur (gemiddelde werkdag),

  • en met 229 dagen (gemiddeld aantal werkdagen per jaar).

Zo kan men arbeidsongevallen op een eerlijke manier vergelijken, ook tussen organisaties of sectoren van verschillende grootte.

Wat is de werkelijke ernstgraad?

De werkelijke ernstgraad is de verhouding van het aantal werkelijk verloren kalenderdagen als gevolg van arbeidsongevallen op de arbeidsplaats, ten opzichte van het aantal uren blootstelling aan het risico. Dit resultaat wordt vermenigvuldigd met 1.000.

Hoe meer dagen werknemers niet kunnen werken door een ongeval, hoe hoger de ernstgraad.

Opgelet : In de privésector wordt ook een globale ernstgraad berekend. Daarbij telt men, naast de werkelijk verloren dagen, ook forfaitaire dagen mee.  Voor de publieke sector kan Fedris deze berekening niet maken, omdat de nodige gegevens ontbreken.  Door dit verschil is het zeer moeilijk om de ernstgraad te vergelijken.

Cijfers en tabellen

Hieronder vindt u de meest recente statistieken voor de publieke sector:

Arbeidsongevallen – Sectorfiches privésector 2012–2024

De sectorfiches voor de privésector geven een overzicht van de omvang en de aard van het arbeidsongevallenrisico in de verschillende economische sectoren. Ze tonen de evolutie over meerdere jaren en maken het mogelijk om risico’s en trends tussen sectoren te vergelijken.

Elke sectorfiche bestaat uit twee bladzijden, met telkens een eigen focus.

 

Eerste bladzijde: evolutie in cijfers

De eerste bladzijde van een sectorfiche geeft een globaal overzicht van de voorbije vijf jaar, op basis van de jaarlijkse statistische verslagen.

Je vindt er onder andere:

  • de verdeling van de ongevallen volgens de gevolgen voor het slachtoffer, zoals bekend op het moment van het verslag;

  • de frequentie- en ernstgraden van de arbeidsongevallen;

  • de evolutie van het ongevalsrisico, gemeten als het aantal ongevallen per 1.000 voltijdse equivalenten die leiden tot meer dan 30 dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid
    (verloren dagen na 31 december van het ongevalsjaar worden niet meegeteld).

Deze evolutie wordt geanalyseerd volgens twee criteria:

  • de leeftijd van het slachtoffer;

  • de grootte van de onderneming.

Een samenvattende grafiek toont de vijfjarige evolutie van:

  • het aantal ongevallen met meer dan 30 dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid;

  • de frequentie- en werkelijke ernstgraden;

  • het aantal werknemers;

  • en, waar beschikbaar, de productie-index van de sector.

Omdat deze indicatoren verschillende grootordes hebben, worden ze weergegeven als indices (basis 100 in één van de onderzochte jaren). Zo zijn ze onderling vergelijkbaar en kunnen trends beter worden geïnterpreteerd.

 

Tweede bladzijde: analyse van ernstige ongevallen

De tweede bladzijde van een sectorfiche focust op de ernstige arbeidsongevallen, namelijk:

  • ongevallen met dodelijke afloop;

  • ongevallen die werden geregeld met een blijvende arbeidsongeschiktheid (via bekrachtiging of vonnis).

De definitieve regeling van een arbeidsongeval kan meerdere jaren in beslag nemen. Daarom analyseert de sectorfiche de situatie vijf jaar na het ongevalsjaar. Op dat moment is ongeveer 90% van de ongevallen afgehandeld.

Deze aanpak maakt het ook mogelijk om verschillen te tonen tussen:

  • de gegevens die bekend waren op 31 december van het ongevalsjaar;

  • en de situatie vijf jaar later.

In die periode kunnen bijvoorbeeld het aantal overlijdens of het aantal gevallen van blijvende arbeidsongeschiktheid nog wijzigen.

De analyse van ernstige ongevallen bekijkt:

  • de ernst van de gevolgen;

  • de leeftijd van de slachtoffers;

  • de grootte van de onderneming;

  • de zes belangrijkste oorzaken van ongevallen, uitgesplitst naar leeftijd;

  • en de zes meest voorkomende types ongevallen, uitgesplitst naar ernst.

Bronnen
  • De arbeidsongevalsgegevens komen uit de databank van Fedris, die gevoed wordt door de verzekeringsondernemingen.

  • De gegevens over werknemers en ondernemingen (gebruikt voor de berekening van de graden) komen van de RSZ.

  • De industriële productie-index is berekend door de FOD Economie.

Hieronder staan sectorfiches vanaf 2012 tot en met de meest recente cijfers. Die zijn doorgaans pas beschikbaar in de zomer, anderhalf jaar na het referentiejaar. Voor oudere gegevens of bijkomende informatie kan een e-mail gestuurd worden naar stats@fedris.be

Meer informatie?

Phone numbers