FAQ Covid-19

Werknemers in loondienst (privésector en provinciale en lokale overheden)

COVID-19 wordt erkend als een beroepsziekte voor werknemers in bepaalde sectoren. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op een vergoeding als zij door de ziekte zijn getroffen en door een laboratoriumtest zijn gediagnosticeerd (behalve in ernstige uitzonderlijke gevallen).

Over welke werknemers gaat het?

  • werknemers in de gezondheidszorg die een aanzienlijk verhoogd risico lopen op besmetting met het virus (beroepsziektecode 1.404.03);
  • werknemers die werkzaam zijn in cruciale sectoren en essentiële diensten en die daar in de periode van 18 maart tot en met 17 mei 2020 hebben gewerkt (beroepsziektecode 1.404.04).

Als u niet tot een van deze categorieën behoort, kunt u nog steeds een schadevergoeding aanvragen bij Fedris, maar de kans dat u erkend zal worden als COVID-19-slachtoffer is kleiner. U moet immers bewijzen dat u de ziekte hebt opgelopen in het kader van uw beroepsactiviteiten en niet in andere omstandigheden.

Vrijwilligers

In geval van overlijden door COVID-19 wordt een schadevergoeding toegekend aan bepaalde familieleden van het slachtoffer (alleen in geval van besmetting tijdens de periode van 10 maart tot 1 juli 2020).

Vindt u het antwoord op uw vraag NIET in onderstaande FAQ, dan mag u uw vraag stellen aan covid19atfedris.beVoor algemene vragen over het coronavirus vragen we u om geen telefonisch contact op te nemen met een dossierbeheerder. 

Heeft u een aanvraag in verband met Covid-19 ingediend, dan zal Fedris u een dossierbeheerder toewijzen (zie briefwisseling). Vragen over uw persoonlijk dossier, richt u wel aan uw dossierbeheerder. 

U hebt een vraag in verband met...

 

De algemene procedure bij erkenning van Covid-19 als beroepsziekte (werknemers)

Kan Covid-19 erkend worden als beroepsziekte?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

Concreet gaat het om loontrekkenden:

  • tewerkgesteld in de gezondheidszorg die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus (beroepsziektecode 1.404.03);
  • tewerkgesteld in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” die zijn opgenomen in de bijlage van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 (beroepsziektecode 1.404.04).

Wie niet in deze sectoren werkt, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales).

Personeelsleden van andere overheden (federale overheid, Gewesten, Gemeenschappen) worden niet door Fedris verzekerd. Zij moeten hun aanvraag bij hun werkgever (de overheidsdienst) indienen, volgens de voorgeschreven procedure.

Let op: ook wie een aanvraag tot schadeloosstelling bij Fedris indient, moet nog steeds een aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen bij zijn werkgever en zijn ziekenfonds.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt

Hoe kan men aantonen dat men besmet is tussen 18 maart en 17 mei 2020?

Voor personen die ziek zijn geworden in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 wordt aanvaard dat zij waarschijnlijk besmet zijn in de periode van de lockdown. De data 20 maart 2020 en 31 mei 2020 werden gekozen omdat ze de wetenschappelijk aanvaarde incubatietijd van de ziekte weerspiegelen, d.w.z. tussen 2 en 14 dagen na blootstelling aan het virus. Concreet betekent dit dat er niet meer dan 14 dagen mogen verstrijken tussen de datum van de laatste daadwerkelijke werkdag buitenshuis (d.w.z. niet telewerken) en het voorkomen van de ziekte.

Is erkenning nog mogelijk bij personen die na 31 mei 2020 ziek zijn geworden?

Ja, personeelsleden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Deze regeling geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

Let op: De SARS-CoV-2 infectie moet worden aangetoond door middel van een betrouwbare laboratoriumtest. In uitzonderlijke, ernstige gevallen zal de arts van Fedris de diagnose op andere gronden kunnen aanvaarden, bijvoorbeeld op basis van een suggestieve klinische presentatie en een compatibele CT-thorax.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • het personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met het SARS-CoV-2-virus (‘mogelijk besmette patiënten’ zijn personen met nieuwe klachten van een acute bovenste of onderste luchtweginfectie of met verergering van chronische respiratoire klachten);
  • het personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.

Personeel werkzaam in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen

  • in de ziekenhuizen:
    • het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen;
    • het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten;
    • het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met COVID-19 zijn opgenomen;
    • personeelsleden die diagnostische of therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • het personeel werkzaam in andere ziekenhuisdiensten en in verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken); woonzorgcentra, rusthuizen en collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap worden gelijkgesteld met verzorgingsinstellingen.

In de voornoemde diensten en instellingen gaat het over het medisch en paramedisch personeel dat patiënten behandelt of verzorgt en het logistiek en schoonmaakpersoneel dat instaat voor onderhoud of reiniging van besmette toestellen of lokalen.

Anderen

Gevallen van COVID-19 bij personeelsleden of stagiairs die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, kunnen voor erkenning in aanmerking komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een of meer COVID-19-patiënten.

Wie niet in de gezondheidssector werkt en buiten de periode van de lockdown besmet is, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt. Dat kan betekenen dat ook andere beroepsgroepen voor erkenning in aanmerking komen.

Waar heeft iemand recht op bij een erkenning van COVID-19 als beroepsziekte?

Personen bij wie Fedris Covid-19 als een beroepsziekte erkent hebben recht op:

·        Een vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat deze arbeidsongeschiktheid minstens 15 (kalender)dagen duurt. Voor de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft de getroffene recht op een dagelijkse vergoeding van 90 procent van het gemiddelde dagbedrag (berekend op basis van het geplafonneerde loon van betrokkene). Het bedrag van de vergoeding aan de getroffen werknemer wordt verminderd met het gewaarborgd loon (dat aan de werkgever wordt terugbetaald) en met de betalingen die het ziekenfonds heeft uitgekeerd.

·        Een terugbetaling van het persoonlijk aandeel van de kosten voor geneeskundige verzorging die verband houden met de erkende beroepsziekte (het zogenaamde remgeld), ongeacht de duur van de (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid. De gemaakte onkosten vanaf 120 dagen voorafgaand aan het indienen van de vergoedingsaanvraag kunnen door Fedris terugbetaald worden. 

Let op: geneesmiddelen van categorie D, waarvoor er geen tegemoetkoming van de verplichte ziekteverzekering is (bijvoorbeeld basispijnstillers), kunnen ook door Fedris niet terugbetaald worden.

·        Als er sprake is van blijvende schade kan ook een vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid toegekend worden.

In geval van een overlijden naar aanleiding van een besmetting met Covid-19 kunnen bepaalde nabestaanden ook aanspraak maken op vergoedingen.

Waar en hoe moet een vergoedingsaanvraag ingediend worden?

Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales).

Werknemers uit de privésector en stagiairs kunnen hun aanvraag rechtstreeks bij Fedris indienen.

Personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten moeten hun aanvraag via hun werkgever indienen.

Personeelsleden van andere overheden (federale overheid, Gewesten, Gemeenschappen) worden niet door Fedris verzekerd. Zij moeten hun aanvraag bij hun werkgever (de overheidsdienst) indienen, volgens de voorgeschreven procedure.

Let op: ook wie een aanvraag tot schadeloosstelling bij Fedris indient, moet nog steeds een aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen bij zijn werkgever en zijn ziekenfonds.

Noodzakelijke informatie bij het indienen van een aanvraag tot schadeloosstelling

Personen die in aanmerking komen, hebben er belang bij een aanvraag tot schadeloosstelling in te dienen. Voor een vlotte afhandeling van deze aanvraag is het van groot belang zoveel mogelijk informatie te verschaffen over:

  • de aard van de uitgeoefende beroepsactiviteit, in het bijzonder tijdens de laatste weken voor het optreden van de symptomen;
  • de medische evolutie van de aandoening (bij een verwikkeld verloop met bijvoorbeeld longinfectie: medisch-specialistische verslagen toevoegen);
  • de laboratoriumuitslagen die de infectie door het SARS-CoV-2-virus aantonen; 
  • de duur van de arbeidsongeschiktheid die door de arts werd voorgeschreven.

Let op: De SARS-CoV-2 infectie moet worden aangetoond door middel van een betrouwbare laboratoriumtest. In uitzonderlijke, ernstige gevallen zal de arts van Fedris de diagnose op andere gronden kunnen aanvaarden, bijvoorbeeld op basis van een suggestieve klinische presentatie en een compatibele CT-thorax.

 

Specifiekere informatie over de aanvraag en vergoeding

Hoe moet een aanvraag verstuurd worden? Per brief, per e-mail of online ?

Gezien de huidige gezondheidssituatie raden we u aan om de aanvragen via e-mail in te dienen met de documenten als bijlage in pdf-formaat via volgend e-mailadres: beroepsziekteatfedris.be

Het is belangrijk om enkel documenten in pdf-formaat van voldoende kwaliteit op te sturen (geen foto’s genomen met een smartphone of iets dergelijks). Alternatieven van onvoldoende kwaliteit of die te ‘zwaar’ zijn zullen wij niet kunnen aanvaarden.

Mogen we u ook vragen, voor de vlotte afhandeling van uw aanvraag, om een aparte pdf te voorzien per document (bijvoorbeeld 1 pdf met het formulier 501, 1 pdf met het formulier 503, 1 pdf met het laboverslag…).

Indien dit niet mogelijk is, blijft het versturen van de formulieren met de post uiteraard een optie.

Is het echt nodig om de aanvraag in de periode van de symptomen te doen?

De aanvraag moet in ieder geval zo snel mogelijk ingediend worden. De maximale terugwerkende kracht voor het terugbetalen van de gezondheidszorgen is 120 dagen vóór het indienen van de aanvraag. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan tot 365 dagen voor het indienen van de aanvraag vergoed worden.

Welke arts moet het formulier 503 of 603 invullen? 

Elke betrokken arts mag het medische luik invullen (arbeidsarts, huisarts, specialist…).

Vanaf wanneer wordt de vergoeding betaald?

Wanneer de beroepsziekte een tijdelijke arbeidsongeschiktheid veroorzaakt, heeft de getroffene recht op een vergoeding die ingaat op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat de tijdelijke ongeschiktheid ten minste vijftien dagen duurt. De vergoeding die toegekend wordt omwille van tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan ten vroegste 365 dagen voor de datum van de aanvraag ingaan.

De vergoeding voor een blijvende arbeidsongeschiktheid kan niet vroeger ingaan dan 120 dagen voor de datum van het indienen van de aanvraag.

Het recht op terugbetaling van geneeskundige verzorging kan eveneens ten vroegste 120 dagen voor de datum van de indiening van de aanvraag toegekend worden.

Worden de laboratoriumtesten terugbetaald in geval van een erkenning?

Het RIZIV voorziet de integrale terugbetaling van deze laboratoriumtesten voor Covid-19, zonder dat er een supplement kan aangerekend worden. Aangezien Fedris in het kader van beroepsziekten enkel het remgeld ten laste neemt, kan in dit geval dus geen terugbetaling door Fedris voorzien worden.

Wat is een uitbraak en hoe moet ze bewezen worden?

Het personeel werkzaam in andere ziekenhuisdiensten en in verzorgingsinstellingen (zie hierboven) waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken) komt in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. 

Om van een uitbraak te kunnen spreken moeten de 2 gegroepeerde gevallen ‘klanten’ zijn (patiënten, kinderen, bewoners…), anders is er geen sprake van een beroepsrisico. Maar er moet niet bewezen worden hoe de uitbraak begonnen is en wie nu precies wie besmet heeft. Een uitbraak met 2 ‘klanten’ is voldoende.

Het is zeker niet nodig (of zelfs toegelaten) om de namen en/of de laboresultaten van patiënten/bewoners door te geven aan Fedris om een uitbraak te bewijzen. Het volstaat om een attest van de werkgever mee te sturen die de uitbraak bevestigt.

Fedris bekijkt ook de mogelijkheid om gebruik te maken van de informatie van andere instanties, zoals bijvoorbeeld het agentschap Zorg en Gezondheid, in verband met officiële uitbraken. 

Kan iemand die besmet is, maar minder dan 15 dagen arbeidsongeschikt is toch een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de gezondheidskosten?

Ja. Alleen de vergoeding voor een tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt op voorwaarde van een minimale ongeschiktheidsduur van 15 dagen toegekend. Dat de minimumduur van 15 dagen arbeidsongeschiktheid niet bereikt wordt, belet niet dat het bestaan van een beroepsziekte erkend wordt en ook niet dat de andere schade die ermee gepaard gaat (kosten gezondheidszorg, blijvende arbeidsongeschiktheid, vergoeding naar aanleiding van een overlijden) vergoed wordt.

In geval van een positieve beslissing kunnen de gezondheidszorgen tot 120 dagen vóór het indienen van de aanvraag terugbetaald worden.

 

Specifiekere informatie over 'wie komt in aanmerking'

Thuisverpleegkundigen, medewerkers in de gezinszorg en medewerkers in de aanvullende thuiszorg?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job.

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown geldt dat gevallen van COVID-19 bij personeelsleden die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, voor erkenning in aanmerking kunnen komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een of meer COVID-19-patiënten.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Medewerkers uit de gehandicaptenzorg (ambulant en residentieel)?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown blijft volgende regeling geldig:

Personeelsleden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel werkzaam in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen

  • in de ziekenhuizen:
    • het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen;
    • het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten;
    • het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met Covid-19 zijn opgenomen;
    • personeelsleden die diagnostische of therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten  die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • het personeel werkzaam in andere ziekenhuisdiensten en in verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken); woonzorgcentra, rusthuizen en collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap worden gelijkgesteld met verzorgingsinstellingen.

Gevallen van COVID-19 bij personeelsleden die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, bijvoorbeeld medewerkers uit de ambulante gehandicaptenzorg, kunnen voor erkenning in aanmerking komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een of meer COVID-19-patiënten.

Medewerkers uit de bijzondere jeugdzorg (ambulant en residentieel)?

Ja, personeelsleden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Wie buiten de periode van de lockdown werd besmet, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Medewerkers van centra voor ambulante revalidatie?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown geldt dat gevallen van COVID-19 bij personeelsleden die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, bijvoorbeeld medewerkers uit de ambulante gehandicaptenzorg, voor erkenning in aanmerking kunnen komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een of meer COVID-19-patiënten.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt. 

Medewerkers van een medisch secretariaat?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown blijft volgende regeling geldig:

Personeelsleden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • het personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2; (‘mogelijk besmette patiënten’ zijn personen met nieuwe klachten van een acute bovenste of onderste luchtweginfectie of met verergering van chronische respiratoire klachten)
  • het personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.

Personeel werkzaam in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen

  • in de ziekenhuizen:
    • het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen;
    • het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten;
    • het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met Covid-19 zijn opgenomen;
    • personeelsleden die diagnostische of therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten  die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • het personeel werkzaam in andere ziekenhuisdiensten en in verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken); woonzorgcentra, rusthuizen en collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap worden gelijkgesteld met verzorgingsinstellingen.

In de voornoemde diensten en instellingen gaat het over het medisch en paramedisch personeel dat patiënten behandelt of verzorgt en het logistiek en schoonmaakpersoneel dat instaat voor onderhoud of reiniging van besmette toestellen of lokalen.

Als er zich in de instelling dus een uitbraak heeft voorgedaan, komen ook de medewerkers van het medisch secretariaat in aanmerking.

Medewerkers van een medisch huis (wijkgezondheidscentra)?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown geldt dat gevallen van Covid-19 bij personeelsleden die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen kunnen voor erkenning in aanmerking komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met één of meer Covid-19-patiënt(en).

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt. 

Medewerkers van schakelzorgcentra?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown blijft volgende regeling geldig:

Personeelsleden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • het personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2; (‘mogelijk besmette patiënten’ zijn personen met nieuwe klachten van een acute bovenste of onderste luchtweginfectie of met verergering van chronische respiratoire klachten)
  • het personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.

Personeel werkzaam in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen

  • in de ziekenhuizen:
    • het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen;
    • het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten;
    • het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met Covid-19 zijn opgenomen;
    • personeelsleden die diagnostische of therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten  die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • het personeel werkzaam in andere ziekenhuisdiensten en in verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken); woonzorgcentra, rusthuizen en collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap worden gelijkgesteld met verzorgingsinstellingen.

In de voornoemde diensten en instellingen gaat het over het medisch en paramedisch personeel dat patiënten behandelt of verzorgt en het logistiek en schoonmaakpersoneel dat instaat voor onderhoud of reiniging van besmette toestellen of lokalen.

De schakelzorgcentra worden hierbij door Fedris gelijk gesteld met ziekenhuizen. 

Medewerkers van medische laboratoria (werken met besmette stalen)?

Ja, loontrekkenden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • het personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2; (‘mogelijk besmette patiënten’ zijn personen met nieuwe klachten van een acute bovenste of onderste luchtweginfectie of met verergering van chronische respiratoire klachten)
  • het personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.

Onthaalouders/medewerkers van een kinderdagverblijf?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown geldt dat ze in aanmerking komen op voorwaarde dat er zich op hun werkplaats een uitbraak van COVID-19 (twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken) heeft voorgedaan. Zij vallen in dat geval binnen de categorie “personeel werkzaam in andere diensten en verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan”. Het moet dan gaan om een risico dat uitgaat van besmette kinderen, niet van de collega's. Anders is het geen beroepsrisico.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Medewerkers van de buitenschoolse opvang?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. 

Wie niet in de gezondheidssector werkt, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Opgelet: Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales). Personeelsleden van andere overheden (federale overheid, Gewesten, Gemeenschappen) worden niet door Fedris verzekerd. Zij moeten hun aanvraag bij hun werkgever (de overheidsdienst) indienen, volgens de voorgeschreven procedure. 

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Politieagenten?

Politieagenten maken deel uit van de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en kunnen dus, voor zo ver ze werkzaam waren tussen 18 maart 2020 en 17 mei 2020 en in die periode besmet zijn, aanspraak maken op de erkenning van COVID-19 als beroepsziekte via code 1.404.04 van de lijst van erkende beroepsziekten (elke ziekte veroorzaakt door SARS-CoV-2 bij  werknemers die in de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020 beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend in bedrijven van de cruciale sectoren en de essentiële diensten, voor zover het optreden van de ziekte wordt vastgesteld in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 mei 2020), 

Politieagenten die buiten deze periode besmet werden, kunnen eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Besmette agenten kunnen dus een aanvraag tot schadeloosstelling indienen bij Fedris, op voorwaarde dat ze in dienst zijn bij een plaatselijke of provinciale overheid, Fedris is immers bevoegd om voor deze overheidsdiensten het onderzoek van de aanvraag te verrichten. 

Voor de federale politie is Fedris niet bevoegd. Hun aanvragen moeten ingediend worden bij bevoegde gezondheidsdienst (meestal Medex). 

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt. Alle nieuwe informatie hieromtrent zal beschikbaar gemaakt worden op onze website.

Brandweerlieden en ambulanciers van de hulpverleningszones?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. Brandweerlieden en ambulanciers maken deel uit van deze “cruciale sectoren en de essentiële diensten”.

Voor besmettingen buiten de periode van de lockdown blijft volgende regeling geldig:

Personeelsleden met COVID-19 die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, komen in aanmerking voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte als de infectie medisch in verband kan staan met de risicodragende beroepsactiviteit. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

In de huidige context van de COVID-19-pandemie kan een duidelijk verhoogd risico worden aanvaard in de volgende gevallen:

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • het personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2; (‘mogelijk besmette patiënten’ zijn personen met nieuwe klachten van een acute bovenste of onderste luchtweginfectie of met verergering van chronische respiratoire klachten)
  • het personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
  • laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.

Ambulanciers die buiten de lockdown besmet zijn geraakt komen via deze regeling dus ook in aanmerking voor een erkenning. Brandweerlieden die buiten deze periode besmet werden, kunnen eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten moeten hun aanvraag via hun werkgever indienen

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Zelfstandigen (bv. zelfstandige thuisverpleegsters)?

Neen, zelfstandigen vallen niet onder het toepassingsgebied van de beroepsziektewetgeving en kunnen dus ook niet in aanmerking komen voor een schadeloosstelling van een beroepsziekte in het kader van Covid-19.

Buiten de gezondheidszorg (bv. huishoudhulp, voedingssector…)?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die daarbij besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

Concreet gaat het om loontrekkenden:

  • tewerkgesteld in de gezondheidszorg die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus (beroepsziektecode 1.404.03);
  • tewerkgesteld in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” die zijn opgenomen in de bijlage van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 (beroepsziektecode 1.404.04).

Wie niet in deze sectoren werkt, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales).

Personeelsleden van andere overheden (federale overheid, Gewesten, Gemeenschappen) worden niet door Fedris verzekerd. Zij moeten hun aanvraag bij hun werkgever (de overheidsdienst) indienen, volgens de voorgeschreven procedure.

Let op: ook wie een aanvraag tot schadeloosstelling bij Fedris indient, moet nog steeds een aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen bij zijn werkgever en zijn ziekenfonds.

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Studenten en stagiairs?

Ja, loontrekkenden die in de periode van de lockdown (van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020) aan het werk waren in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” en die besmet zijn geraakt met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) komen in aanmerking voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte. Het gaat specifiek om werknemers die geen telewerk konden verrichten of niet steeds 1,5 meter afstand konden houden door de aard van hun job. Dit geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

Concreet gaat het om leerlingen en studenten die stage lopen in:

  • de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus (beroepsziektecode 1.404.03);
  • de “cruciale sectoren en de essentiële diensten” die zijn opgenomen in de bijlage van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 (beroepsziektecode 1.404.04).

Wie niet in deze sectoren werkt, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Werknemers uit de privésector en stagiairs kunnen hun aanvraag rechtstreeks bij Fedris indienen

Fedris volgt de evolutie van de epidemie op de voet en zal zijn beleid, indien nodig, bijsturen aan de hand van nieuwe informatie die beschikbaar komt.

Vrijwilligers?

Vrijwilligers vallen niet onder het toepassingsgebied van de beroepsziektewetgeving omdat ze geen beroepsactiviteit uitoefenen en kunnen dus ook niet in aanmerking komen voor een schadeloosstelling van een beroepsziekte wegens COVID-19.

De organisaties die op hen een beroep doen, kunnen echter een (gratis) vrijwilligersverzekering afsluiten om hen te beschermen in geval van burgerrechtelijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen. Ze moeten dus met de betrokken organisatie bespreken welke verzekeringen er werden afgesloten en in hoeverre hun risico erdoor gedekt wordt.

Veel van de medische kosten omwille van een COVID-19 besmetting worden vergoed door de ziekteverzekering, zonder dat er remgeld betaald moet worden. Het gaat bijvoorbeeld om telefonische raadplegingen van de huisarts, de labotest, onderzoeken in triagecentra en bepaalde prestaties bij een ziekenhuisopname wegens COVID-19.

De overheid heeft daarnaast een Schadeloosstellingsfonds opgericht om de nabestaanden te vergoeden van vrijwilligers die in de periode van de Coronacrisis (1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020) buitenshuis aan vrijwilligerswerk deden en die zijn overleden aan de gevolgen van COVID-19.

Personen die niet besmet zijn, maar wel verwijderd werden van hun werkplek?

Nee, personen die niet besmet zijn met Covid-19 komen niet in aanmerking voor een schadeloosstelling door Fedris naar aanleiding van een beroepsziekte omdat zij de ziekte niet hebben opgelopen. Voor het bekomen van een erkenning zijn de laboratoriumuitslagen die de infectie door het SARS-CoV-2-virus aantonen absoluut noodzakelijk.

Vallen personen die men niet wil testen uit de boot?

De SARS-CoV-2 infectie moet worden aangetoond door middel van een betrouwbare laboratoriumtest. In uitzonderlijke, ernstige gevallen zal de arts van Fedris de diagnose op andere gronden kunnen aanvaarden, bijvoorbeeld op basis van een suggestieve klinische presentatie en een compatibele CT-thorax.

Zowel een positieve PCR-test, het aantonen van het virus-antigeen of het aantonen van antistoffen tegen het virus kan een betrouwbare laboratoriumtest zijn. De betekenis van de test in de context van een concrete aanvraag zal door de arts van Fedris  beoordeeld worden.

De laboresultaten zijn noodzakelijk omdat er een bewijs moet zijn van de ziekte en niet enkel een vermoeden. Er zijn andere ziekten met vergelijkbare symptomen, bijvoorbeeld griep, die niet erkend worden als een beroepsziekte.

 

Informatie voor werkgevers en artsen

Is Covid-19 opgenomen in de lijst van beroepsziekten?

COVID-19 bij het personeel in de gezondheidssector kan via de beroepsziektelijst erkend worden onder code 1.404.03 van de lijst van erkende beroepsziekten (andere infectieziekten bij de leden van het personeel dat werkzaam is op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, geneeskundige verzorging, verpleging aan huis of laboratoriumwerk en andere professionele activiteiten in verzorgingsinstellingen waar een verhoogd infectierisico bestaat).

COVID-19 bij het personeel in de “cruciale sectoren en de essentiële diensten”, die werkzaam waren tussen 18 maart 2020 en 17 mei 2020 kan via de beroepsziektelijst erkend worden onder code 1.404.04 van de lijst van erkende beroepsziekten (elke ziekte veroorzaakt door SARS-CoV-2 bij  werknemers die in de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020 beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend in bedrijven van de cruciale sectoren en de essentiële diensten, voor zover het optreden van de ziekte wordt vastgesteld in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 mei 2020).

Wie niet in deze sectoren werkt, kan eventueel erkend worden via het ‘open systeem’. Deze personen moeten niet alleen blootgesteld zijn aan het beroepsrisico van de ziekte, zij moeten bovendien bewijzen dat zij de ziekte werkelijk door het werk hebben opgelopen.

De aanvrager hoeft niet aan te geven via welk systeem hij erkend wil worden. Fedris zal dat zelf uitmaken en zo nodig bijkomende vragen stellen.

Worden de kosten van de arbeidsarts terugbetaald aan de werkgever?

Neen, zoals voor alle andere ziekten die zich voordoen in een bedrijf komt Fedris niet tussen in de kosten van de arbeidsarts. Welzijn en veiligheid op het werk zijn een verplichting voor de werkgever die, overeenkomstig de codex voor welzijn op het werk, over een interne of externe arbeidsgeneeskundige dienst moet beschikken.

Krijgt de werkgever het gewaarborgd loon terugbetaald?

Ja, het bedrag van de vergoeding dat aan de getroffen werknemer wordt betaald, wordt verminderd met het gewaarborgd loon en dat wordt aan de werkgever terugbetaald. Fedris informeert de werkgever automatisch over zijn recht op terugvordering van het gewaarborgd loon bij een positieve beslissing.

Is een collectieve of vereenvoudigde aangifte mogelijk?

Een collectieve aanvraag is in geen geval mogelijk, de handtekening van het slachtoffer is altijd noodzakelijk. Er wordt wel een leidraad voorbereid voor een vereenvoudigde aanvraag, waarbij enkel de noodzakelijke velden van het formulier ingevuld zullen moeten worden.

Kan Covid-19 erkend worden als arbeidsongeval?

Hoewel het begrip "arbeidsongeval" in principe niet uitgesloten kan worden, meent Fedris toch dat er zich in de praktijk een belangrijk bewijsprobleem zal stellen.

Een arbeidsongeval veronderstelt immers dat 4 voorwaarden tegelijk moeten zijn vervuld: een plotse gebeurtenis (1), een letsel veroorzaakt hebben (2) en opgetreden zijn tijdens (3) en door het feit (4) van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Het slachtoffer dat aanspraak maakt op een vergoeding moet het bewijs leveren van het optreden van de plotse gebeurtenis, van het letsel en van het feit dat het slachtoffer zich wel degelijk in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst bevond, en dus onder de autoriteit van zijn werkgever stond op het ogenblik van de feiten. Als het slachtoffer erin slaagt het bewijs van die drie elementen te leveren, veronderstelt men dat het letsel in verband staat met het ongeval en dat het wel degelijk wegens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst is dat de plotse gebeurtenis is opgetreden. Ten slotte verduidelijken we nog dat een plotse gebeurtenis om als zodanig erkend te worden volgens de rechtsleer en de rechtspraak in tijd en ruimte moet worden beperkt en geïdentificeerd moet zijn als aan de basis liggend van het letsel.

De medische sector kan momenteel niet met zekerheid de manier bepalen waarop dit virus zich verspreidt. De WGO vermeldt op zijn site dat Covid-19 wordt overgedragen door personen die drager zijn van het virus. De ziekte kan overgaan van de ene op de andere persoon via ademhalingsdruppeltjes die via de neus of de mond worden uitgestoten wanneer een persoon hoest of niest. Die druppeltjes kunnen op voorwerpen of oppervlakten terechtkomen rond de persoon in kwestie. Men kan dus Covid-19 oplopen als men die voorwerpen of oppervlakten aanraakt en vervolgens de ogen, neus of mond aanraakt. Het is ook mogelijk Covid-19 op te lopen door het inademen van druppeltjes van een zieke persoon die heeft gehoest of geniest. De WGO volgt het lopende onderzoek naar de manier waarop Covid-19 zich verspreidt en ze zal de geactualiseerde resultaten meedelen. De studies die tot nu toe werden gevoerd, lijken aan te geven dat het virus verantwoordelijk voor Covid-19 vooral overgedragen wordt door het contact met ademhalingsdruppeltjes, veeleer dan via de lucht."

Technisch kan het uitstoten van ademhalingsdruppeltjes of het contact met een oppervlakte bedekt met die druppeltjes dus gekwalificeerd worden als plotse gebeurtenis, aangezien het gaat om een goed bepaalde gebeurtenis in tijd en ruimte die men kan isoleren en aanwijzen als de oorsprong van het letsel. Echter, die plotse gebeurtenis is bijna onwaarneembaar (in de meeste gevallen). Bepalen welk contact juist aan de oorsprong van de besmetting ligt, zal in de grote meerderheid van de gevallen onmogelijk blijken, temeer daar de incubatieperiode varieert van 5 tot 21 dagen. Zelfs ervan uitgaand dat het precieze contact dat de besmetting veroorzaakte, kan worden geïsoleerd en geïdentificeerd, dan nog moet het slachtoffer het optreden ervan bewijzen. In de meeste van die gevallen zal het slachtoffer echter geen spoor bewaard hebben van dit precieze contact.

Gezien die beschouwingen meent Fedris dat het bijna onmogelijk zal zijn om de voorwaarden tegelijk te vervullen nodig voor de erkenning van een arbeidsongeval. Elke aanvraag die in die zin zal worden gedaan, zal uiteraard aandachtig worden onderzocht.

 

Covid-19 Vrijwilligersfonds voor overleden vrijwilligers

Wat doet het Covid-19 Vrijwilligersfonds?

Het Covid-19 Vrijwilligersfonds keert een vergoeding uit aan de nabestaanden van vrijwilligers of jobstudenten die tijdens de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 buitenshuis vrijwilligerswerk deden en die zijn overleden aan de gevolgen van COVID-19. Ook bij overlijden na 30 juni kan nog een vergoeding worden uitgekeerd op voorwaarde dat het bewijs van besmetting door COVID-19 voor 1 juli werd vastgelegd.

Het is mogelijk dat deze periode verlengd wordt  in het licht van de ontwikkeling van de gezondheidstoestand.

Het beheer van het Covid-19 Vrijwilligersfonds is aan Fedris toevertrouwd.

Wie kan een vergoeding aanvragen?

Er zijn vergoedingen voor de partner, de ex-partner die onderhoudsgeld ontvangt, de kinderen die nog steeds kinderbijslag ontvangen en de persoon die begrafeniskosten heeft betaald.

De aanvraag moet gedaan worden door één van deze personen. Fedris zal een onderzoek opstarten en – bij erkenning -  alle rechthebbenden vergoeden.

Hoe een vergoeding aanvragen?

Om een vergoeding aan te vragen moet u zelf deel 1 van het formulier “Aanvraag voor schadeloosstelling wegens overlijden als gevolg van Covid-19” invullen. Deel 2 van dit formulier moet u door een arts naar keuze laten invullen.

Gezien de huidige gezondheidssituatie raden we u aan om de aanvragen via e-mail in te dienen met de documenten als bijlage in pdf-formaat via volgend e-mailadres: beroepsziekteatfedris.be

Het is hierbij belangrijk om enkel gebruik te maken van documenten in pdf-formaat, van voldoende kwaliteit (geen foto’s genomen met een smartphone of iets dergelijks). Alternatieven van onvoldoende kwaliteit of die te ‘zwaar’ zijn zullen wij niet kunnen aanvaarden.

Mogen we u ook vragen, voor de vlotte afhandeling van uw aanvraag, om een aparte pdf te voorzien per document (bijvoorbeeld 1 pdf met het formulier 501, 1 pdf met het formulier 503, 1 pdf met het laboverslag…).

Indien dit niet mogelijk is, blijft het versturen van de formulieren met de post naar het Covid-19 Vrijwilligersfonds (Sterrenkundelaan 1, 1210 Brussel). uiteraard een optie.

Wat is het bedrag van de vergoedingen?

De vergoeding na overlijden is een eenmalige som, waarvan het bedrag afhankelijk is van de verhouding tussen de overleden vrijwilliger en de rechthebbende :

  • De partner : 18.651 euro
  • De ex-partner die onderhoudsgeld ontvangt : 9.325,50 euro
  • De kinderen die nog steeds kinderbijslag ontvangen: 15.542,50 euro

Er is ook een maximum tegemoetkoming van 1.020 euro voor de begrafeniskosten voor degene die deze kosten heeft betaald.

Opgelet : Indien de met COVID-19 besmette vrijwilliger ziek is (geweest) zonder te overlijden, professioneel actief is (was) en niet in staat was om te werken, zal het inkomensverlies gedekt worden door het gewaarborgd loon of de sociale zekerheid. Zijn gezondheidszorgen worden gedekt door de verplichte ziekteverzekering.

 
Disclaimer:

Deze rubriek heeft als doel u zo goed mogelijk te informeren over uw kansen (of die van uw patiënt of personeelslid) op erkenning van een SARS-CoV-2 besmetting als een beroepsziekte in de zin der wet. Het onderzoek van een concrete aanvraag tot schadeloosstelling kan complex zijn, waarbij vele, medische en niet-medische, factoren een rol spelen. Een grondige evaluatie van het recht op schadeloosstelling kan pas gebeuren op basis van het volledige dossier. 

De antwoorden houden dan ook geen garantie in op enig resultaat van het onderzoek van uw aanvraagdossier, noch mag dit antwoord u overtuigen om géén aanvraag tot schadeloosstelling in te dienen. Covid-19 is een nieuwe ziekte. De wetenschappelijke kennis erover evolueert zeer snel. Fedris volgt deze evolutie op de voet op en zal zijn richtlijnen en criteria indien nodig aanpassen. Volg daarom aandachtig de berichtgeving op onze website.